GEO-mobiel
Geomatica voor de derde graad van het secundair onderwijs
GEO-Mobiel?
De vakgroep geografie van de Universiteit Gent organiseert vanaf januari 2010 "GEO-mobiel", een interactief lesmoment rond geomatica (GIS, GPS, fotogrammetrie, cartografie, ...) voor de derde graad van het secundair onderwijs. Dit programma wordt gratis aangeboden in het kader van het "actieplan wetenschapscommunicatie 2008" van de Vlaamse Overheid.
Het lessenpakket is bedoeld voor leerlingen van het 5de en 6de jaar van het secundair onderwijs met een wetenschappelijke interesse. Het pakket bestaat uit verschillende modules (zie verder) en is voor klasgroepen van maximaal 32 leerlingen voorzien. Het is de bedoeling dat een aantal afgesproken modules doorlopen worden zodat de leerlingen verschillende aspecten in verband met positioneren, karteren, analyseren en visualiseren van de aarde doorlopen. Deze modules kunnen in een dagformule worden gegroepeerd of er kan een keuze worden gemaakt uit de modules waarmee een halve lesdag gevuld wordt. Desgevallend kan in de voor- en namiddag op deze wijze twee doelgroepen worden bereikt.
Werkwijze
Na afspraak met de coördinator zal een team van de Universiteit Gent op de overeengekomen dag de verscheidene doe-activiteiten op en rond uw school begeleiden. Voor dit lessenpakket werd speciale software ontwikkeld zodat de leerlingen snel en efficiënt de opdrachten kunnen uitvoeren. Het benodigde materiaal (laptops, waterpastoestellen, GPS-toestellen, ...) wordt tijdens deze sessie eveneens ter beschikking gesteld van de school.
Na een introductie tot de GEO-mobielactiviteiten worden de leerlingen ingedeeld in groepen. De leerlingen voeren met behulp van een draaiboek enkele praktische oefeningen uit. Bij de ontwikkeling van deze modules werd ervoor gezorgd dat de verschillende onderwerpen nauw aansluiten bij het curriculum van de richting. De oefeningen zullen eveneens nauw aansluiten bij de leefomgeving en interesses van de leerlingen. Op voorhand is er mogelijkheid tot overleg met de leerkrachten zodat de moeilijkheidsgraad daar waar nodig kan worden aangepast in functie van de leerlingengroep en -interesse.


